Marcel: “Als we de haven uit zijn, gaat de motor uit, het zeil staat op, dan kan ik al mijn aandacht daarop richten. Dan kan ik de rest loslaten. Ik ben nog steeds alert, hoor. Ik moet natuurlijk letten op andere schepen en ik kijk altijd hoe zij ligt te slapen, hoe ze ademt. Of ze nog wel ademt. Soms is ze heel ver weg, dan is ze rustig en ontspannen. Dat maakt me blij, dan is ze even de pijn, het heden, kwijt.”