Dominique: ‘Toen ik hoorde dat ik Parkinson had, was mijn eerste reactie: gooi er maar bij op de berg. Het eerste jaar nam ik gewoon drie keer per dag een pil en verder ging ik door met deadlines halen, thuis de boel draaiende houden, mijn vader en man ondersteunen, rouwen om mijn broer én mijn eigen diagnose verwerken. Niet zeuren, niet zaniken, gewoon tanden op elkaar en doorgaan. Het was zo’n stressvolle periode dat ik helemaal terugviel op oude patronen en vasthield aan wat ik kende: doorbijten en maar zien waar het schip strandt. Daar kon een uurtje yoga per week niets aan veranderen. Alle vaste grond onder mijn voeten viel weg en ik was bang dat ik er doorheen zou zakken als ik die gedachte binnen zou laten. Na dat jaar was ik heel moe. Toen besefte ik dat ik zo niet verder kon en wilde, dat het een keer spaak zou lopen. Toen ben ik naar een Parkinson-psycholoog gegaan. Die psycholoog heeft me geleerd dat je niet wegzakt als je je gevoel binnenlaat. Het is eigenlijk enger om je angsten weg te duwen. In de schaduw gaan ze woekeren, maar als je de spotlights erop zet, worden ze overzichtelijker. Dat kan ik nu beter: de schijnwerper richten op angsten en dan kijken waar de ruimte zit, hoe ik daarmee om kan gaan. Samen hebben we gekeken naar een andere manier om hiermee om te gaan, zonder alles weg te duwen en zonder erdoor overspoeld te raken. Dat is het begin geworden van de tweede helft van mijn leven.’
september 2026