Dominique: ‘Ik ga vrij geleidelijk en bijna onmerkbaar achteruit. Ik focus op wat ik nog wel kan, op het positieve. Als je acht jaar geleden tegen mij had gezegd dat ik nog maar een ding per dag zou kunnen doen en geen stukken meer zou kunnen schrijven, had ik gedacht: dan hoeft het van mijn niet meer. Maar nu ik in die situatie zit, voelt dat heel anders. Ik vind dat ik juist een heel waardevol leven heb. En dat is natuurlijk een valkuil als je zo bezig bent met het focussen op het positieve: dan moet de neuroloog me er soms even op wijzen dat ik bijvoorbeeld toch wat extra medicatie moet nemen als iets niet meer lukt. Daardoor blijft het dan weer redelijk goed gaan. Ik merk dat ik iets minder energie krijg. In het eerste jaar na mijn diagnose bleef ik doen wat ik altijd had gedaan. Ik had to-do-lijstjes met tien dingen op een dag. Dat kan nu echt niet meer. Mijn hoofd wil nog best tien dingen doen, maar als ik een ding heb gedaan, moet ik echt op de bank gaan liggen. Ik slaap ook slecht, dat hoort bij Parkinson. Met vijf uur slaap heb ik een goede nacht gehad. En mijn linkerarm doet niet vanzelfsprekend wat ik wil. Maar ik kijk dus naar wat er wel is. Ik was altijd bang dat ik nooit een leuke oma zou kunnen zijn voor mijn kleinkinderen, maar nu kan ik toch op mijn kleindochter passen. Als ik bij mijn kleindochter ben, lijkt het wel of ik minder last heb van de Parkinson. Zij is een soort dopamineshotje. Ik word heel blij van haar en misschien denkt mijn lijf wel: nu even geen fratsen, want we moeten even voor haar zorgen. Het is net als met yoga: hoe moe ik ook ben, of hoe druk een week ook is: ik geef twee keer per week les en die lesmomenten mis ik nooit. Dat voelt niet als een opgave. Ik merk dat ik mensen inspireer en ik voel me verbonden met mensen, dat geeft me energie.’
september 2026