“Het is fijn om te praten met andere jongeren die je gevoel herkennen en jou begrijpen”

“Rouwnetwerk Jong is een organisatie die jongeren ondersteunt in hun rouw, op een laagdrempelige manier. Op onze website en Instagram delen we informatie, persoonlijke verhalen en hulpmiddelen die met het onderwerp te maken hebben. Ook hebben we praatgroepen en een WhatsApp-community. In die groepen kunnen jongeren met andere jongeren praten over het soort verlies dat ze delen. We helpen ze om met hun rouw bezig te zijn en te blijven, op welke manier dan ook.”

Waarom is dat zo belangrijk?
“Bij deze leeftijdsgroep vindt veel ‘verstoorde rouw’ plaats. Rouw en verlies draag je voor altijd bij je. Sommige mensen gaan daar heel goed mee om en die hebben daar een hele gezonde relatie mee, maar voor veel jongeren is dat niet zo. Rouw is een proces dat je doorloopt en als je dat niet op een fijne manier kunt integreren in je leven, kan dat langdurige gevolgen hebben. Het kan je leven verstoren als je er niet over praat. Het is belangrijk om ruimte te maken voor rouw in je leven. Maar die ruimte is er voor jongeren bijna niet in onze maatschappij.”

Hoe komt dat?
“Het is heel moeilijk om te dealen met een verlies, een fundament dat wegvalt, als je zelf je leven aan het opbouwen bent. De wereld gaat zoveel harder als je jong bent dan wanneer je bijvoorbeeld tussen de veertig en de vijftig bent. Iedereen om je heen is bezig met vrienden maken, relaties, een opleiding volgen, op kamers gaan. Je studie loopt door, je lening loopt door. Als je een stap terug doet, ontstaat er een gat dat bijna niet meer te dichten is. Tegelijkertijd is het heel natuurlijk om gewoon door te willen met je leven, maar je kunt je daar ook heel schuldig over voelen. Alsof degene die je verloren bent niet belangrijk voor je was. Het is fijn als je daarover kunt praten met andere jongeren die je gevoel herkennen en jou begrijpen.”

Jij bent zelf je vader verloren toen je 21 was. Hoe heb je dat ervaren?
“Mijn vader werd in 2011 gediagnosticeerd met kanker. Ik was toen bijna twaalf. De prognose was dat hij nog vijf jaar te leven had, maar het werden er tien. Hij is bij mijn diploma-uitreiking geweest, hij heeft mijn studentenhuis gezien, dat vind ik heel fijn. Toen hij in de laatste fase was beland, in de coronaperiode, ben ik tijdelijk terug thuis gaan wonen om hem te verzorgen en om mijn moeder en broertje te helpen. Dat waren mooie maanden: ik heb veel met mijn vader kunnen praten, gezien hoe verliefd hij op mijn moeder was. Maar het was ook heel heftig om een diepere band met hem aan te gaan terwijl ik hem ging verliezen. De laatste weken waren erg moeilijk: hij was meer in dromenland dan in de echte wereld en het was zwaar voor ons, maar ik ben er trots op dat het ons gelukt is om voor hem te zorgen tot het eind, zodat hij thuis kon overlijden.”

Zou je het weer zo doen?
“Absoluut. Alleen had ik graag meer informatie gehad over palliatieve zorg. Mijn vader kreeg een spuitje en leefde daarna nog anderhalve dag. Ik vond het ingrijpend om hem zo te zien liggen: ademend, maar niet meer bereikbaar. Na tien jaar ziekte voelde dat als uitstellen. We hadden alles besproken, de uitvaart, het afscheid, maar dit aspect had meer aandacht mogen krijgen.”

Na zijn dood richtte je Rouwnetwerk Jong op. Waarom?
“Ik had twee vriendinnen die iets vergelijkbaars hadden meegemaakt en wij merkten dat we het met z’n drieën over onderwerpen hadden die we niet op die manier met iemand anders konden bespreken. Wij dachten: hier moeten andere jongeren ook mee zitten. Ik kon in die tijd geen centraal punt vinden waar je terecht kon voor de informatie of steun die ik zocht. Daarom zijn we samen begonnen met het centraliseren van alle informatie en hulpmiddelen op een website. Al was het alleen maar om jongeren het gevoel te geven: je bent niet alleen. Toen we een eerste evenement organiseerden bleek hoe groot de behoefte van jongeren was om hun verhaal te delen. Daarna zijn we met praatgroepen begonnen. Dat maakte me pas echt duidelijk wat de waarde is van de connectie tussen jongeren.”

Wat houden die praatgroepen precies in?
“Het zijn groepen voor jongeren tussen achttien en ongeveer dertig jaar die iets vergelijkbaars hebben meegemaakt in verlies. Samen volgen ze in twaalf weken zes bijeenkomsten. Die bijeenkomsten worden begeleid door twee andere jongeren met een verlieservaring, die wij hebben opgeleid. In die bijeenkomsten vertellen ze gefaseerd wat hen is overkomen. Het is heel heftig om in de eerste bijeenkomst met onbekenden te delen wie je bent verloren en wat hij of zij voor jou betekende. Maar daarna is er vaak opluchting. Er was eens iemand in een praatgroep die vijf jaar niet over het verlies had gepraat. Tijdens de eerste bijeenkomst kwamen alle emoties los. Met behulp van de groep en de begeleiders lukte het om woorden aan het verlies te geven. Er viel echt iets van de schouders van die persoon af en dat heeft veel veranderingen in gang gezet. Het kan zoveel doen als je het eruit laat.”

“In de bijeenkomsten daarna kijk je naar het heden en de toekomst. En hoe je ruimte wilt geven aan het verlies in je leven. Je kunt bijvoorbeeld vrienden appen met de vraag om het er wat vaker over te hebben, of om een bepaalde datum te onthouden. Of je werkgever vertellen dat je vrij wilt zijn op bepaalde dagen. De laatste bijeenkomst start op de normale locatie en eindigt in de kroeg. Daarna kijken we of er behoefte is om contact te houden. Het is een heftig traject dat je aangaat, waarin veel gehuild wordt, maar ook veel gelachen.”

Jij doet dit samen met andere jongeren. Doen jullie dit werk belangeloos?
“Ja, zeker. En we hebben samenwerkingen. Bijvoorbeeld met het Van Gogh Museum, rondom het onderwerp ‘mentale gezondheid’. En met de Universiteit voor Humanistiek, waar we praatgroepen hosten. Binnenkort wordt Rouwnetwerk Jong een stichting en dat vind ik fantastisch. We kunnen er dan namelijk voor zorgen dat er donaties binnenkomen, we kunnen fondsen werven en subsidies aanspreken. Het liefst zou ik fulltime met Rouwnetwerk Jong bezig zijn, want ik loop over van de ideeën. Wie weet kan dat in de toekomst.”

Wat is jouw wens voor de stichting?
“Ik hoop dat het een nationale beweging wordt die ervoor zorgt dat jongeren weten dat ze niet alleen zijn. Dat er plekken zijn waar ze naartoe kunnen, niet alleen bij ons. Ik wil jongeren meegeven dat je het over rouw kan, en wat mij betreft moet, hebben. Zoek elkaar op. Praat met elkaar. Neem de ruimte in die je verdient, om een zo fijn mogelijke situatie voor jezelf te creëren, want de maatschappij werkt daar op onze leeftijd helemaal niet aan mee. Uiteindelijk wil ik samen bouwen aan een cultuur waarin rouw niet wordt weggestopt, maar geïntegreerd wordt in het leven.”

Bart Both (27)
  • Verloor in 2020 zijn vader Ron.
  • Richtte daarna Rouwnetwerk Jong op.
  • Jong faciliteert praatgroepen voor jongeren tussen de 18 en 30 jaar, in Utrecht, Den Bosch, Eindhoven en over een tijdje ook in andere steden.