Yvonne: ‘Ik zie eruit als Hollands Glorie, ik ben ook nooit kaal geworden tijdens de chemokuren. Mensen zeggen vaak: je ziet er zo goed uit, het zal wel meevallen. maar het is niet zo simpel, het is niet zwartwit, er zitten zoveel grijstinten in dit traject. Die maken het soms heel moeilijk.’
Lees het verhaal‘3 dingen opschrijven’
Yvonne: ‘Er mogen altijd dagen zijn dat het niet goed gaat. maar probeer elke avond voor je gaat slapen drie dingen op te schrijven die mooi waren. Die vlinder van daarstraks. een regenbuitje, de simpelste dingen. Het is mooi als je daarnaar kunt leren kijken.’
Lees het verhaal‘Open het gesprek’
Yvonne: ‘Ziekte, de dood, we vinden het moeilijk om het erover te hebben. Terwijl het bij het leven hoort. Als je het er niet over hebt, ontstaat er ook geen gesprek. Ik vind het fijn als iemand gewoon zegt dat hij dit moeilijk vindt. Dat hij niet weet wat hij moet zeggen. Dat dat snap ik, dat begrijp ik heel goed. Daarmee geef je een opening voor een gesprek. Zolang je in gesprek blijft, kun je het eigenlijk niet fout doen.’
Lees het verhaal‘Denk na over wat je zegt’
Yvonne: ‘Luister oprecht naar iemands verhaal. Vul niets voor de ander in en probeer dingen niet te bagatelliseren. Ik was op de diploma-uitreiking bij mijn dochter en dan zeggen mensen rustig: je moet maar denken, je bent er nog. Alsof dat alles goed maakt. Tja, ik denk dan maar: je hebt geen idee wat je nu zegt, je denkt er waarschijnlijk niet bij na. Ik las in een jaarboek bij een foto de quote ‘Wat is nu een jaar op een mensenleven?’ Dan denk ik: nou, een heleboel. Voor mij heel veel.’
Lees het verhaal‘Doe hier iets mee’
Yvonne: ‘Als je eerder doodgaat dan je bedoeling was, denk ik dat het belangrijk is iets om daar iets mee te doen. Zingeving. Voor mij zit dat bijvoorbeeld in het schrijven van mijn blogs. Schrijven is een uitlaatklep voor mijn gevoelens. Daarnaast werk ik als vrijwilliger bij Stichting Kankerpraat. Mensen kunnen op de poli oncologie op een contactformulier hun e-mailadres en telefoonnummer achterlaten en dan benaderen wij ze voor lotgenotencontact.’
Lees het verhaal‘Een schriftje’
Yvonne: 'Ik ben als een razende roeland mijn begrafenis gaan regelen. Ik moest zorgen dat er een muzieklijst kwam, ik had bij wijze van spreken mijn afscheidsspeech al geschreven. Want ik ben iemand die graag alles onder controle houdt. Ik heb in een schriftje geschreven wat ik fijn zou vinden en een afscheidswoordje. Dat schrift ligt ergens en dat geeft me rust.’
Lees het verhaal‘Je wil niemand belasten’
Yvonne: "Ja, ik ben vanaf het begin open en eerlijk tegen iedereen geweest. Maar bij de mensen die het dichtst bij je staan is dat het moeilijkst. Die wil je beschermen. En zij wilden mij weer niet belasten. Daarom is het goed als iedereen met iemand buiten het gezin kan praten.
Dus we konden erover praten, maar ik wilde niets liever dan dat mijn gezin gewoon door zou gaan. Ik dacht: oké, ik ga dood en jullie gaan straks gewoon verder zonder mij. Ik zou ervoor zorgen dat zij door konden met hun leven, dan zou het afscheid minder pijnlijk worden. Ja, dat is natuurlijk je reinste flauwekul."
‘Toch naar dat concert’
Yvonne: ‘Energie is echt een moeilijke. Er zijn dagen zijn dat ik niet vooruit te branden ben. Gisteren nog vroeg iemand: hoe gaat het nou met je? Toen zei ik: ‘Het gaat op zich wel, ik ben alleen heel erg moe.’ Toen zei zij: ‘Maar een mens mag toch moe worden?’ Ja, dat is ook zo. Maar je hebt moe en moe. Dit is een vermoeidheid waarbij het licht bijna uitgaat als je er niet aan toegeeft. Dus ik moet echt kijken wat ik wel en niet kan.
Ik krijg energie van mijn moestuintje. Van lekker lunchen met m'n kinderen of met vriendinnen. Toch naar dat concert waarvan je denkt: moet ik dat wel doen? Dan ben ik maar drie dagen daarna niet mezelf, maakt niet uit. Mijn jongste dochter zingt en is de laatste tijd echt aan de weg aan het timmeren. Ik ga graag mee naar haar optredens.’
‘Een slechte film’
Yvonne: ‘Ergens in je achterhoofd ben je altijd bang: er komt een moment dat ze vertellen dat het niet goed uitpakt. In het begin dacht ik nog: nou ja, darmkanker, dat is tegenwoordig best goed te behandelen. Een operatie en klaar. Maar het werd één lange, slechte film waar ik in belandde. Je stapt in dat achtbaankarretje, ze gespen je vast en je komt er niet meer uit. ‘Ik heb na de diagnose een flinke knal gehad. Ik ben een proactief mens. ik heb altijd de regie gehad. Ik was de regelaar, degene die met een ander samen een plan uitstippelde hoe je optimaal door het leven gaat. En dan overkomt het jou. Dat is écht een ander verhaal. Na de diagnose had ik eerst iets van: doe maar of er niks aan de hand is, dan zien we het wel. Totdat de oncologieverpleegkundige me een spiegel voorhield…’
Lees het verhaalStichting Ambulance Wens
‘Neem mensen mee naar de chemo’
Marja: “Als mensen iets voor je willen doen, laat dat toe. Ik heb een wachtlijst voor wie er meegaat naar de chemo. Ik wil dat graag, want dat zijn hele mooie momenten. Ik lig apart in een kamertje en het enige wat je kan doen is praten. Het is verbazend hoe open mensen tegen je zijn. Zonder afleiding kom je aan echte gesprekken toe. Dat is heel waardevol.”
Lees het verhaal‘Let zelf scherp op’
Marja: “Probeer een behandelaar in het ziekenhuis te vinden bij wie je echt terecht kan. Mijn oncoloog is ons vaste aanspreekpunt, hij is duidelijk, hij houdt van zijn vak en dat voel je. En let zelf altijd bij je behandeling scherp op, je moet veel zelf uitzoeken. Ik heb bijvoorbeeld nu een portocat, een kastje onder de huid om alles op aan te sluiten. Daar heb ik om gevraagd. Sinds de chemo werken mijn bloedvaten niet goed meer..”
Lees het verhaal‘Geintjes maken mag’
Marja: “Als je net ziek bent, gaan gesprekken alleen nog maar daarover. Dan draaide ik het gesprek om: ‘Maar hoe gaat het met jou?’ Ook als je ziek bent, wil je niet dat het eenrichtingsverkeer wordt. Mensen moeten ook over zichzelf blijven praten. En geintjes maken over de dood mag ook. Ik wil niet dat mensen vanwege mijn ziekte iets niet zeggen. Dat haat ik. Je wilt niet aan de zijlijn gezet worden.”
Lees het verhaal‘Maak alles bespreekbaar’
Marja: “Je hebt ook mensen die niet meer op bezoek durven te gaan bij iemand die kanker heeft. Of dan ineens denken: waar moeten we het over hebben? Mijn tip: ga toch, en maak alle bespreekbaar. Het is beter als mensen open zijn dan dat ze je gaan ontzien. Dat spek en bonen gevoel is verschrikkelijk.”
Lees het verhaal‘Vertel wat je wil’
Martin: “Je moet best veel regelen rondom de dood. Als je het aankan, regel het snel. En spreek je erover uit, dat is fijn voor de achterblijvers.”
Lees het verhaal‘Bezig met de uitvaart’
Martin: “Ik ben al bezig met wat ik op de uitvaart ga zeggen en met de muziek die ik wil draaien voor haar en mij. Maar verder wil ik het vooral zo goedkoop mogelijk, hahahahaha. Nee hoor. Ja, wij zijn soms wat cynisch, humor helpt ons ook om hier doorheen te komen. Ik ging met een steen op m’n borst met haar mee naar het hospice toe. Maar het is fijn dat we nu we alles geregeld hebben.”
Lees het verhaal‘Het geeft me rust’
Marja: “We zijn bij een hospice geweest, naar begrafenisondernemers, we hebben met de huisarts over euthanasie gesproken. Ik heb tegen hem gezegd: als ik niet meer de trap op kan om te douchen, dan wordt het tijd. Maar misschien verleg ik mijn grenzen wel hoor, die heb ik al vaker verlegd. Ik wil geen kist maar een mand. Ik heb een paar muziekjes maar die wisselen nog elke week. En als ik er niet meer uitzie, wil ik een foto op de mand.”
Lees het verhaal‘Ik ga mensen niet zelf bellen’
Marja: “Ik heb het op mijn werk en in onze eigen kring meteen verteld. Ik vond het wel moeilijk. Nog steeds, want ik heb iedere twee maanden een scan en dat moment vind ik vreselijk. Voor de rest vertel ik het alleen als iemand ernaar vraagt. Ik ga mensen er niet meer voor bellen. Sommige mensen zetten alles op Facebook, dat wil ik niet. Maar na een jaar heb ik wel iets gepost, omdat iedereen zei ‘je ziet er zo goed uit’. Toen dacht ik: ik moet iets zeggen, anders ben ik straks dood en dat is ook raar. Toen heb ik kort mijn verhaal gedeeld.”
Lees het verhaal‘Ik vond het eerst moeilijk’
Martin: “Wij zijn heel open, we denken en praten hetzelfde. Als zij of ik erover begint en de ander heeft er geen zin in, dan zeggen we: nu even niet. Daar moet je eerlijk in zijn.”
Lees het verhaal‘Ik sta opener voor de natuur’
Marja: “Van leuke dingen doen. Van visite. Van lekker koken. Van de positieve dingen die me te wachten staan. Ik vind niet dat ik een naar leven heb. We hebben eigenlijk best wel een mooi leven. Je beleeft het veel intenser. Ik sta ook opener voor de natuur. Ik kijk anders. Ik kan ervan genieten om een mooie bos bloemen samen te stellen. Soms zit ik op de bank en zie ik ineens een vogeltje. Dan besef ik dat dat wel heel mooi is. Ik voel het echt.”
Lees het verhaal‘Ik heb momenten voor mezelf nodig’
Martin: “Ze is uitbehandeld, krijgt levensverlengende medicijnen zodat haar leven zo kwalitatief mogelijk blijft. Wij zijn genieters, Bourgondiërs. Nu we weten dat het afgelopen kan zijn, genieten we extra van kleine dingen. Ik geniet van haar glimlach, van een knipoog, een klap op haar kont. Kleine dingen die ons vertellen hoe we zijn. Maar ik zorg ook dat ik dingen doe die me energie geven. Naar de sportschool en tijdens momenten voor mezelf. Dan doe ik een spelletje op de computer, even Netflixen. Ik heb ook weleens geen zin om te sporten, maar het moet, het is zelfzorg, ik moet overeind blijven naast Marja.”
Lees het verhaal‘Ik was boos op iedereen’
Martin: “Ik was boos op iedereen. Ook op haar. ‘Hoe durf je?’ Dat heb ik ook uitgesproken: ik ben heel boos op je. Je kan er niks aan doen, maar toch... Ik had met jou oud willen worden. In 2019, toen we voor het eerst hoorden dat ze kanker had, moest ik me inhouden tegen de arts; ik was zó kwaad op hem. Maar zij had mij nodig. Ik probeer er zo veel mogelijk voor haar te zijn. Ook door veel meer in huis te doen. Vroeger was ik niet zo bekend met het huishouden, zeg maar. Maar ik wil haar ook die schouder bieden om op te leunen. Zij is voor mij een baken en ik probeer dat ook voor haar te zijn.”
Lees het verhaal‘We hebben een feest gegeven’
Marja: “Toen ik het net wist, had ik een sterke drang om allerlei leuke dingen te gaan doen. Ik heb uitstapjes gemaakt met mijn zoon, ik heb bruidsjurken gepast met mijn zus en bonusdochter, ik heb een fotoshoot gedaan. Mijn vriendin had een diner en een overnachting in Loenen aan de Vecht geregeld, heerlijk genoten. We hebben een Vier-het-leven-feest gegeven. Dat wilde ik in december doen als ik 60 zou worden. Maar ik dacht: misschien ben ik er dan niet meer.
Ik wil er geen drama van maken, iedereen gaat dood. Ik ben nog relatief jong, maar er gaan nog jongere mensen dood. Het is erg, maar ik heb zoiets van so be it, ik kan er niks aan veranderen. Kijk, natuurlijk ben je verslagen, je krijgt een klap. Maar ik sta er vrij nuchter in. Over het algemeen dan. Ik heb wel mijn dipjes. Ik ga dood, af en toe komt dat even binnen.”
Lees het verhaal‘Ze staat er anders in dan ik’
Ton: “Ellen is een Armeense, opgegroeid in Georgië. Mensen in Georgië praten niet openlijk over kanker. Ellen doet dat wel, maar ze staat er anders in dan ik: bij slecht nieuws hoopt zij altijd dat er nog een behandeling komt die mij zal redden. Ik geloof dat niet. Ik kan uit de statistieken alleen maar concluderen dat het slecht afloopt als de kanker is uitgezaaid en ik ben in staat om dat te accepteren.”
Lees het verhaal‘Het is gewoon leven’
Ton: “Toen ik niet meer voor de krant kon schrijven, ben ik zelf gaan schrijven. Ik werk al een hele tijd aan een boek over wat er met je gebeurt als je kanker krijgt. Verder ben ik niet anders gaan leven. Alleen wat strikter met de dag, met het uur. Ik zie het leven nadat je uitbehandeld bent hetzelfde als elk ander leven, maar dan een beetje korter. Het is gewoon leven, en het is ook leuk, tot op zekere hoogte en ondanks de soms verschrikkelijke ongemakken.”
Lees het verhaal‘Ik ben niet bang voor de dood’
Ton: “Eigenlijk weet je al dat je ongeneeslijk ziek bent zodra je uitzaaiingen hebt: ik geloof niet dat artsen je dan nog kunnen genezen. Dat was bij mij in 2019 zo. Maar het leven is naast pijn, ongemakken en gekmakende onzekerheden ook nog leuk. Ik wil in Parijs verder gaan schrijven. Ik probeer dit hele proces, van leven en ziek zijn en doodgaan, als een groot avontuur te zien. Op dit moment ben ik ook niet bang voor de dood, maar ik weet ook dat die situatie nog kan veranderen. Als je dicht bij sterven komt, kom je in een soort tussenvorm van dromen. Het is heel definitief, maar ik vind het ook prachtig. Eigenlijk voel ik me er best goed bij.”
Lees het verhaal‘Zoek de verbinding’
Marleen: “Als de ander moeilijker over de situatie praat, denk ik dat het goed is om dat te benoemen. Zeggen dat je ziet dat iemand er moeite mee heeft, dat jij daar last van hebt en diegene vragen je daarin te helpen. Ik zou iedereen die dit meemaakt aanraden om de energie díe je hebt, te steken in het zoeken van verbinding met de mensen die je lief zijn. Sluit je niet af voor anderen, want ongeneeslijk ziek zijn is zo’n eenzaam proces.”
Lees het verhaal‘Elke dag een kwartiertje aandacht’
Marleen: “Laatst klaagde ik tegen een psycholoog uit het palliatief team over mijn ‘kanker-aap’, zoals ik de kanker noem. Die aap is er altijd. Als ik hem probeer te kooien, zet ‘ie alles op zijn kop. De psycholoog adviseerde me om hem elke dag een kwartiertje aandacht te geven. Daarna stop je hem terug in zijn kooi en zeg je: morgen weer. De behandeling van het team geeft me het besef dat ik nog niet afgeschreven ben. Dat geeft me strijdbaarheid.”
Lees het verhaal‘Zoek begeleiding van een team’
Marleen: “Ik vind dat iedereen die te horen krijgt ‘u wordt niet meer beter’ moet beginnen bij een palliatief team. Ik kwam er pas geleden achter dat ieder ziekenhuis dat heeft. Ik heb die begeleiding gemist de afgelopen tien maanden. Het team bestaat uit mensen die begrijpen wat het betekent om de boodschap te krijgen dat je niet meer beter wordt. Ze geven me handvatten om mijn leven normaal te houden.”
Lees het verhaal‘Er was meer paniek dan verdriet’
Marleen: “Mijn eerste gedachte was: hoe vertel ik het mijn kinderen? En de tweede was: ik ga dood, ik ga dood, ik ga dood. Er was meer paniek dan verdriet toen ik het hoorde. Het verdriet heeft pas ruimte gekregen na de eerste chemo’s. Toen bleek dat de tumoren gekrompen maar niet verdwenen waren, besefte ik: hier moet ik mee leven. Ik krijg die kanker er echt niet onder.”
Lees het verhaal‘Je kunt meer dan je denkt’
Erlinde: “Ik ga ook carnaval vieren en naar feestjes. Ondanks alles. En ik ben heus ook boos hoor, om wat mij is overkomen. Als ik oudere mensen zie die samen over straat lopen, voel ik soms ineens zoveel woede. Maar ik probeer te genieten van de kleine, simpele dingen. Met z’n drieën in de bank hangen ‘s avonds. Een kop thee of koffie met iemand. Naar de voetbalwedstrijd van mijn zoon kijken. Hierdoor heb ik geleerd:: je kunt als mens veel meer aan dan je denkt.’
Lees het verhaal‘Je kan gewoon doorleven.’
Erlinde: “‘Ik heb sinds ik ziek ben veel contact gehad met drie andere vrouwen die ook ziek waren. Lotgenoten weten waar je doorheen gaat, ze snappen je en je kunt met ze over de vervelende dingen praten. Deze drie vrouwen zijn inmiddels overleden, dus dat is confronterend, maar ze hebben me laten zien dat je gewoon kunt doorleven, dat je wel móet.”
Lees het verhaal‘Ik wilde de hele dag in bed liggen’
Erlinde: “De grond zakte weg onder mijn voeten. Ik dacht: mijn zoon is nu 12, ik moet hem sowieso nog 18, liefst zelfs 23 zien worden. De eerste tijd leefde ik in een roes. Ik voelde me niet ziek, maar wilde wel de hele dag in bed gaan liggen. Ik was bang. Ik kreeg kalmeringstabletten en antidepressiva. Na de eerste drie maanden ben ik weer wat gaan werken in de supermarkt. Op een gegeven moment heb je min of meer geaccepteerd dat je ziek bent en ga je weer leuke dingen doen.”
Lees het verhaal‘Gesprek met de huisarts’
Marleen: “Ik ben verloskundige geweest en heb vaak gezien dat vrouwen een bevalplan maakten waar niets van terechtkwam. Bepaalde processen heb je niet in de hand. Veel dingen zijn niet aan mij: mijn afscheid zou voor mijn nabestaanden een stukje verwerking moeten bieden. Ik wil wel zo lang mogelijk de regie houden over mijn zorg. Ik wil met de huisarts een gesprek om te zien hoe goed hij is in palliatieve zorg.’
Lees het verhaal‘Dat voelt als een ver van mijn bed show’
Erlinde: “Het testament heb ik laatst helemaal met mijn kinderen besproken, maar verder vind ik het lastig om in de toekomst te kijken. Ik ben bewust nog niet bezig met het regelen van mijn eigen afscheid, dat voelt als een ver van mijn bed show. Nu denk ik meer aan kleine dingetjes: zorgen dat mijn zoon zijn rijbewijs kan halen als hij achttien is. Dat moet ik nog redden, denk ik dan.”
Lees het verhaal‘Ik deel alles’
Marleen: “Ik deel alles op Instagram. Want hoe opener ik erover ben, hoe normaler mensen tegen mij doen. Ik krijg reacties als ‘wat bijzonder dat je je kwetsbaarheid deelt’, maar er zijn ook mensen die het heel confronterend vinden. Maar ik doe het echt voor mezelf: schrijf het van me af, benoem wat er aan de hand is. Met mijn man kon ik er moeilijker over praten. Hij zei tot voor kort steeds: ‘ik moet er niet aan denken’. Hij bedoelde letterlijk aan de kanker, maar ook aan het feit dat ik er straks niet meer ben. Ik denk daar wel aan. Zo ontstaat wrijving en dat leidt uiteindelijk tot een ontploffing. Maar je hebt elkaar echt nodig. Hij met zijn verdriet en ik met mijn gedachten. Ik heb gezegd: als ons dat niet lukt, zoeken we hulp. Inmiddels kunnen we er beter over praten.”
Lees het verhaal‘Dat luchtte op’
Erlinde: "Ik wilde aan iedereen mijn verhaal kwijt. Dat luchtte op. Mijn man had daar in het begin meer moeite mee, die wilde er niet steeds over praten. Het was echt een soort rouwproces: mijn zoon ging ook steeds naar boven als er visite bij ons kwam, omdat hij mijn verhaal niet nóg een keer wilde horen. Als gezin hebben we er uiteindelijk ook wel over gesproken, maar je pakt toch het leven weer op. Heel stom, maar het gebeurt."
Lees het verhaal‘Discipline is het toverwoord’
Marleen: “Ik heb last van een energielek. Een grote last, want ik ben normaal heel energiek. Fysiek ben ik oke, hoewel ik geen bergen meer kan beklimmen en een elektrische fiets heb. Dat ik weinig energie heb, wijt ik aan de chemo’s, maar het kan ook best psychisch zijn. In een chemovrije week plan ik wat meer en denk ik dat ik me beter voel, maar of dat echt zo is weet ik niet. Discipline is het toverwoord. Ik sta om zeven uur op, ga op tijd naar bed en elke dag even naar buiten. En ik zorg dat ik niet twee afspraken op een dag plan.”
Lees het verhaal‘Ik onderneem veel’
Erlinde: “‘Soms heb ik wat minder energie, dat is het enige waaraan ik merk dat ik ziek ben. Daar hou ik dan rekening mee: als ik naar een feestje ben geweest, hang ik de volgende dag wat meer op de bank. Dan kan ik de dag erna weer bij vrienden langs ofzo. Want ik onderneem veel. Ik heb mijn ziekte als drijfveer: nu kan het nog. Ik wil alles uit het leven halen wat er nog inzit. Dat wil ik ook als voorbeeld meegeven aan de kinderen: als iemand doodgaat, is dat niet het eind van de wereld. Je moet zelf iets van je leven maken. Je moet zelf leuke dingen blijven doen.”
Lees het verhaal‘Vooral niet te druk zijn met anderen’
Anne: “Ik het begin wou ik het liefst de hele dag in bed liggen en films kijken, maar je weet dat dat niet helpt. Voor mij werkte het om tijd voor mezelf te nemen. Ik werkte halve dagen en de andere helft ging ik een beetje puzzelen. Wandelen in m’n eentje, vooral niet teveel druk zijn met andere mensen. Niet te veel plannen maken. Ik ben wel veel thuis bij mijn ouders geweest, ik had behoefte aan mijn familie. We eten nog steeds elke maand een keer met z’n allen thuis.”
Lees het verhaal‘Dit konden we op de automatische piloot’
Jan: "Marja zelf heeft heel veel geregeld. De dienst, de muziek. Iedereen heeft wel een nummer voorgesteld, van kerkmuziek tot populaire muziek. Het was eigenlijk zo klaar, we hebben zoveel mensen geholpen met rouwdiensten. Ik heb lang met de dood gewerkt, dit konden we op de automatische piloot.”
Lees het verhaal